
ODV: een adviesgevoelige voorziening
Zo’n 50 duizend dga’s hebben hun pensioenregeling in eigen beheer omgezet in een Oudedagsverplichting (ODV). Een verstandige keuze, maar in de praktijk is er voor velen nóg een belangrijke vervolgstap: ODV-kapitaal overdragen naar een lijfrente bij een bank of vermogensbeheerder.
De regels om een ODV uit te keren vanuit een bv zijn vrij strikt. Zo moet de ODV-uitkering uiterlijk op de AOW-ingangsdatum starten en is er een vaste looptijd van 20 jaar. Wie het ODV-kapitaal laat omzetten in een bancaire lijfrente of beleggingslijfrente heeft veel meer te kiezen. Zo mag de uitkering 5 tot 35 jaar duren (binnen fiscale grenzen) en mag de uitkering worden uitgesteld tot uiterlijk 5 jaar na de AOW-ingangsdatum. Bovendien wordt het gehele overgedragen ODV-kapitaal, inclusief behaald rendement, volledig uitgekeerd aan de dga of – bij diens overlijden – aan de erfgenamen.
De volgende argumenten kunnen een rol spelen om ODV-kapitaal af te storten in een lijfrente bij een bank of vermogensbeheerder.
1. De gepensioneerde DGA wil op termijn van de BV af
Menig DGA wil na het ondernemerschap de BV nog even aanhouden, om deze uiteindelijk op te heffen. Belangrijke overweging naast het kostenaspect is, dat de DGA de eigen financiële situatie van de oude dag overzichtelijk wil krijgen en vereenvoudigen, zeker met het oog op de toekomstige nalatenschap. De mogelijkheid, dat de BV vererft vindt men in de regel geen aantrekkelijk idee. De ODV-verplichting blokkeert de optie van opheffen van de BV, waardoor de BV nog tot 20 jaar na de AOW-leeftijd moet worden voortgezet.
NB: Een reeds uitkerende ODV kan tot uiterlijk 5 jaar na de ingang van de AOW na goedkeuring van de Belastingdienst, worden overgedragen naar een externe partij.
2. De DGA wil doorwerken na de AOW-gerechtigde leeftijd
Fiscaal kan de samenloop van de ODV-uitkering en het verplicht doorbetalen van een salaris, op bezwaren stuiten. Het ODV-kapitaal overdragen in de eerder genoemde lijfrente producten geeft nog 5 jaar respijt, voordat er moet worden uitgekeerd.
3. De DGA wenst de ODV in een kortere periode dan 20 jaar uit te laten keren
Indien het opgebouwde ODV-kapitaal beperkt is, zou het aantrekkelijk kunnen zijn een kortere looptijd te kiezen dan 20 jaar. Ook de kosten van het aanhouden van een BV voor een relatief lage ODV-uitkering (jaarrekening opstellen, loonadministratie fiscale berekeningen etc.) kan hierbij een rol spelen.
4. De DGA wenst meer flexibiliteit in zijn uitkering
Naast de optie van een kortere uitkering dan de verplichte 20 jaar, is het mogelijk bij de bancaire of beleggingslijfrente, om voor een hoog-laag uitkering te kiezen. Dus bijvoorbeeld de eerste 10 jaar een uitkering van € 20.000,00 en daarna 10 jaar een
uitkering van € 10.000,00.
Het is niet noodzakelijk om het volledige ODV-kapitaal over te dragen naar een externe partij. Het kan zijn, dat de BV niet voldoende liquide is om de volledige reserve over te dragen. Ook kan het zijn, dat het de voorkeur heeft de ODV in eigen beheer te houden, maar dat de DGA deels wil profiteren van een kortere uitkering dan de vereiste 20 jaar. Dan zou een deel voor een kortere uitkering naar de externe lijfrente kunnen worden overgedragen.
5. BV heeft een negatief Eigen Vermogen
In de situatie dat er onvoldoende vermogen in de BV aanwezig is, om de volledige ODV reserve in 20 jaar uit te keren, kan na goedkeuring van de Belastingdienst, het aanwezige kapitaal worden afgestort, waarna (binnen de fiscale bandbreedte) een uitkering met een eventueel kortere looptijd kan worden afgesproken.
Bancaire lijfrente of beleggingslijfrente?
De fiscale regels voor de bancaire lijfrente en beleggingslijfrente zijn gelijk. De populariteit van de bancaire lijfrente is door de lage rentestand wat verminderd. De beleggingslijfrente is zeker bij een lange beleggingshorizon een goed alternatief voor de huidige, relatief lage, gegarandeerde uitkering. De DGA kan alvast voorsorteren door het ODV-kapitaal al voor de uitkeringsperiode over te dragen naar een opbouwende beleggingslijfrente-rekening. Hiermee verlengt hij feitelijk zijn beleggingshorizon.
Een mix van de gegarandeerde bancaire lijfrente en de beleggingslijfrente is een optie die menig DGA ook wel aanspreekt. In dat geval kan gekozen worden voor bijvoorbeeld 50% een beleggingslijfrente en 50% de bancaire versie. Welk product of producten het beste past, is geheel afhankelijk van de persoonlijke situatie van de DGA.
Inplannen telefonische afspraak
Heb je behoefte aan een telefonische afspraak om meer te weten te komen over de mogelijkheden van Samen Doelbeleggen? Of wil je een klantcasus bespreken? Via de knop hieronder kun je een tijdstip aangeven dat dit het beste uitkomt.
Kies een dag en tijd